Mandaatregeling gemeente IJsselstein 2011

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente IJsselstein
Officiële naam regelingMandaatregeling gemeente IJsselstein 2011
CiteertitelMandaatregeling gemeente IJsselstein 2011
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-02-2011 n.v.t. Onbekend 04-01-2011 Zenderstreeknieuws d.d. 26 januari 2011 2011-39571

Tekst van de regeling

Hoofdstuk MANDAATREGELING GEMEENTE IJSSELSTEIN 2011

Het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein en de burgemeester van IJsselstein,

ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

overwegende, dat het voor het efficiënt functioneren van de gemeente IJsselstein wenselijk is een

mandaatregeling vast te stellen;

gelet op de wettelijke voorschriften, in het bijzonder de bepalingen van afdeling 10.1.1 van de

Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 168 en 171 van de Gemeentewet;

B E S L U I T E N :

I. het krachtens mandaat nemen van besluiten, welke zijn vermeld op de bij deze regeling

behorende mandatenlijst, op te dragen aan de daarbij genoemde functionarissen,

en

II.ten aanzien van de uitoefening van deze mandaten de navolgende regeling vast te stellen, te weten:

de “Mandaatregeling gemeente IJsselstein 2011”.

Artikel 1.. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  1. mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen;

  2. volmacht: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  3. machtiging: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan handelingen te verrichten, geen besluiten en/of privaatrechtelijke rechtshandelingen zijnde;

  4. mandaatgever: het bestuursorgaan dat aan een bij functie in de mandatenlijst genoemde

functionaris de bevoegdheid geeft om in naam van het bestuursorgaan besluiten te nemen;

  1. gemandateerde: de functionaris, die van de mandaatgever de bevoegdheid heeft gekregen om in naam van de mandaatgever besluiten te nemen;

  2. plaatsvervanger: de daartoe aangewezen persoon;

  3. mandatenlijst: een overzicht van door de mandaatgever aan de gemandateerde opgedragen bevoegdheden.

Artikel 2.. Mandaat en ondermandaat
  1. Mandaat wordt verleend aan de algemeen directeur.

  2. De algemeen directeur kan ter uitoefening van een aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk rechtstreeks ondermandaat verlenen aan de directeur bedrijfsvoering en de afdelingsmanager wiens afdeling is/wordt belast met de uitoefening van de bevoegdheid (= ondermandaat niveau 1).

  3. De directeur bedrijfsvoering en de afdelingsmanager kunnen ter uitoefening van een aan hun ondergemandateerde bevoegdheid, na voorafgaande toestemming van de algemeen directeur, schriftelijk ondermandaat verlenen aan één of meer onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionarissen (= ondermandaat niveau 2).

  4. Wijziging van het ondermandaat niveau 2 door de directeur bedrijfsvoering of de afdelingsmanager kan slechts plaatsvinden na voorafgaande toestemming van de algemeen directeur.