Bestrijding gladheid en strooiroutes

Bij kans op gladheid door sneeuw of ijzel zorgt de gemeente dat de belangrijkste wegen goed begaanbaar blijven. Reinigingsdienst Midden Nederland( (RMN) voert deze taak uit. Het gladheidseizoen loopt van 1 november tot 1 april.

Wanneer wordt er gestrooid?

RMN strooit als het misschien glad op de weg wordt. Zij strooien de wegen en paden die hieronder staan aangegeven. Blijft het sneeuwen en vriezen? Dan blijven zij strooien. Naast het strooien gebruikt RMN ook sneeuwschuivers om de wegen begaanbaar te houden. De sneeuw wordt dan naar de zijkanten van de weg geschoven. Als de gladheid langer aanhoudt, rijden strooiploegen (zo nodig) een aanvullende route.

Als inwoner heeft u ook een eigen verantwoordelijkheid bij gladheid. Bijvoorbeeld bij het sneeuwvrij of ijsvrij maken van de stoep voor uw woning. De RMN strooit niet op stoepen.

Waar wordt er gestrooid?

De RMN strooit op wegen en fietspaden. Deze plekken worden als eerste sneeuw- of ijsvrij gemaakt:

  • Doorgaande wegen
  • Wijkontsluitingswegen
  • Routes voor hulpdiensten
  • Bus routes
  • Hoofd-fietspaden

De kaart met de strooiroutes wordt momenteel toegankelijk gemaakt voor de website. 

Blijven opletten

Als er gestrooid is kan het wegdek nog steeds (plaatselijk) glad zijn. De gestrooide weg moet goed worden ingereden, anders blijft deze glad en gevaarlijk. Blijf dus goed opletten, rij voorzichtig en pas de snelheid aan. 

Melden van gevaarlijke situatie op strooiroutes

RMN strooit alleen op de routes die hierboven staan. Straten buiten deze routes worden niet gestrooid. Alleen bij problemen op de strooiroutes kunt u contact opnemen met RMN. Uw melding wordt afgehandeld volgens de prioriteiten van de gladheidsbestrijding.

Veelgestelde vragen

Wanneer wordt er gestrooid?

RMN strooit preventief. Dat betekent dat ze al strooien voordat het glad wordt. Bijvoorbeeld als sneeuw of ijzel wordt verwacht, zodat het niet aan het wegdek blijft plakken. We gebruiken de weersverwachting van Infoplaza en wegdeksensoren om te bepalen of er gestrooid moet worden. Als de temperatuur ’s avonds en ’s nachts snel daalt strooit RMN, ook als het nog boven nul is. 

Waarmee wordt er gestrooid?

RMN strooit met nat zout. Nat zout is strooizout vermengd met pekelwater. Hierdoor hecht het strooizout beter en sneller op het wegdek. Een voordeel is dat het strooizout minder verwaait en het niet in de bermen terecht komt als het verkeer eroverheen rijdt. De Paardenlaan is hierbij een uitzondering, hier kan niet met zout gestrooid worden. Deze wordt gestrooid met zand ter bescherming van de monumentale bomen.

Waarom wordt er niet in een woonwijk gestrooid?

Sneeuw schuiven en zout strooien op rustige straten heeft vaak weinig nut. In woonwijken wordt sneeuw snel platgedrukt door auto’s, voetgangers en sleeën, waardoor er een ijslaag ontstaat. Omdat er niet genoeg auto’s rijden, wordt het zout niet goed verspreid. Hierdoor werkt strooien op ijs in rustige straten bijna niet. 

Hoe wordt besloten of er gestrooid wordt?

De gladheidcoördinator van RMN beslist wanneer er gestrooid wordt. Dit hangt af van informatie van wegdeksensoren en het advies van weerbureau Infoplaza. Infoplaza houdt het weer dag en nacht in de gaten. In de gemeente IJsselstein zijn op twee locaties wegdeksensoren aanwezig. Deze sensoren meten de temperatuur van het wegdek en de bodem.