Speech dodenherdenking

Tijdens de Dodenherdenking op 4 mei in IJsselstein stonden we samen stil bij oorlog, verlies en de waarde van menselijkheid.

Ik weet nog dat ik als tiener, ik zal een jaar of vijftien geweest zijn, in de tuin van mijn ouders zat op de avond van 4 mei. De kerkklok vlak achter ons huis luidde de twee minuten stilte in. Het weer leek op wat we de afgelopen week gehad hebben, zonnig en warm. De natuur liep zich warm voor de zomer, de wereld was felgroen, vogels zongen uitbundig. Verder was alles stil. Ik zat roerloos in een tuinstoel en dacht na over waarom ik stil was. Voor wie, of wat.

Straks zijn wij met elkaar twee minuten stil. Aan wie denkt u dan? Aan de IJsselsteiners wiens naam op het oorlogsmonument staat waar wij straks heenlopen? Denkt u aan Joden, politieke gevangenen, homoseksuelen, Roma en Sinti — ook uit onze stad — die de Holocaust niet overleefden? Denkt u aan Nederlanders die stierven in bombardementen, in kampen, tijdens bezetting, op de vlucht? Misschien ook mensen uit uw eigen familie? Denkt u aan de oorlogen en gewapende conflicten van vandaag? Aan al die plekken in de wereld waar mensen vandaag leven met angst, verlies en geweld? Aan onze militairen, die zich inzetten voor onze vrede?

Dames en heren, oorlog verdeelt. In wij en zij. In daders en slachtoffers. In mensen die mogen blijven en mensen die moeten vluchten. In mensen van wie het leed wordt gezien, en mensen van wie het leed wordt betwist. Juist daarom is herdenken zo belangrijk. Want herdenken brengt ons terug naar iets wat dieper ligt dan mening, afkomst of overtuiging. Dieper dan de verdeling en de scheidslijnen. 

Herdenken brengt ons terug naar de mens. Naar de mens die strijdt, naar de mens die lijdt, naar de mens die wordt vervolgd. Naar de mens die moet schuilen. Naar de mens die een kind optilt en vlucht, zonder te weten waarheen.

De afgelopen weken zijn wij hier in IJsselstein geconfronteerd met scherpe tegenstellingen over de opvang van vluchtelingen. Dat raakt mensen. Dat roept zorgen op. Die zorgen mogen worden uitgesproken. Ze moeten serieus worden genomen. En dat alles kunnen wij doen zonder dat we mensen hun menselijkheid ontzeggen. De Tweede Wereldoorlog leert ons wat er gebeurt als groepen mensen alleen nog als een groep gezien worden. Als mensen worden teruggebracht tot een etiket. Tot een probleem. Tot een bedreiging. Dan verdwijnt langzaam het gezicht van de ander. En als het gezicht verdwijnt, verdwijnt ook het geweten.

Dames en heren, herdenken vraagt niet dat wij allemaal hetzelfde denken over de conflicten die onze wereld teisteren. Niet dat wij allemaal hetzelfde vinden over opvang, beleid of bestuur. Onze democratie leeft juist van verschil van inzicht. Maar herdenken vraagt wel iets van de manier waarop wij met onze verschillen omgaan. Het vraagt dat wij niet verharden. Het vraagt dat we naar elkaar blijven luisteren. 

Want oorlog verdeelt. Maar herdenken moeten we delen. Wij delen vanavond de stilte. Twee minuten lang staan we naast elkaar. Omdat we samen erkennen dat ieder mensenleven telt.

In mijn twee minuten stilte zit daarom niet alleen verdriet om wie gestorven zijn, om wie slachtoffer zijn geworden, in de Tweede Wereldoorlog en in conflicten en oorlogen nadien. In de stilte zit ook een opdracht. En dat is waar ik over nadacht, in de tuin van mijn ouders, decennia geleden. De opdracht om onze geschiedenis te begrijpen. Om de zorgen van nú te erkennen. Om patronen van ontmenselijking te herkennen. 

En na de stilte volgt het geluid. Niet het geluid van geschreeuw. Niet het geluid van geweld. Niet het geluid van verdachtmaking. Niet het geluid van wij tegen zij. Maar het geluid van vrijheid. De vrijheid om de dialoog aan te gaan. Om met elkaar te spreken over onze geschiedenis. Om deze te leren begrijpen. Om elkaar te leren begrijpen – toen en nu. Om het eenvoudige, maar soms moeilijke besef: ook de ander is een mens zoals wij. We kunnen elkaar stutten en steunen, met al onze verschillen, ook hier in IJsselstein, juist hier in IJsselstein. Dat is wat wij tachtig jaar geleden hebben geleerd. Dat is wat wij iedere dag oefenen. 

Ester Weststeijn
(gesproken woord telt)